RONDLEIDING

WELKOM IN

STREEKMUSEUM REEUWIJK

HET BEGIN

In 1982/1983 heeft men het “Turfproject” gestart en er een leuke diapresentatie van gemaakt. Uit talloze gekregen voorwerpen en verhalen startte de “Stichting Oudheidkamer” in de oude dorpsschool “DE ROKENDE TURF” in Sluipwijk een tentoonstelling. In 1987 was het aantal voorwerpen zo gestegen dat het museum naar de vrijgekomen boerderij van het recreatieschap is verhuisd.

MAKERS VAN HET LANDSCHAP

Rond het jaar 1000 bestond het Reeuwijkse land uit een uitgestrekte moerasvlakte van riet en veenmos. Door die wildernis stroomden een aantal veenstroompjes in de richting van de rivier.

Alleen langs de Oude Rijn en de Hollandsche IJssel woonden mensen. De Romeinen hadden daar hun sporen achter gelaten. Op de oude nederzettingen van de Romeinen ontstonden plaatsen als Alphen aan den Rijn, Zwammerdam en Woerden. In de veenwildernis, die zich uitstrekte tussen de twee rivieren was niets te zoeken; alleen vogels, riet en wild.

Het Reeuwijkse Land is gemaakt door onze voorouders.

ONTGINNERS

Vanaf ongeveer 1200 is het Reeuwijkse land ingrijpend veranderd. De ontginners gingen aan de slag met het in cultuur brengen van die veenwildernis. Een hele klus, die bewondering afdwingt. Met schop en spa groeven zij sloten en greppels om het water af te kunnen voeren. De ontginners begonnen aan hun zware karwei langs een bestaande veenstroom als bijvoorbeeld de Gouwe. Daar bouwden zij hun huizen, kapellen en daar kwamen ook de boerderijen te staan. Loodrecht op de veenstroom groeven de pioniers sloten. Het water werd afgevoerd naar de veenstroom en zo werd kavel voor kavel drooggelegd. Het werk van de ontginners is nog prachtig zichtbaar in het karakteristieke slotenpatroon. Strak en recht en daardoor herkenbaar als mensenwerk.

WATERMANAGERS EN BOEREN

Door de verbeterde drooglegging konden boeren het land in gebruik nemen. Zij verbouwden granen en lieten hun dieren grazen. Er ontstond echter een probleem. Door de afwatering zakte het veen in elkaar. Na verloop van een aantal eeuwen is de hooggelegen veenvlakte ingeklonken en ligt lager dan de rivier. Om hun land te beschermen tegen instromend rivierwater moesten de boeren dijken en dammen opwerpen. Maar ook het overtollige water uit hun percelen moest weg. De eerste molenaars deden dat met simpele middelen: de polder was hiermee een feit. Omdat het land bleef zakken, werd het uiteindelijk te nat voor akkerbouw. De hennepteelt hield langer stand. Gras en koeien werden kenmerkend voor het Hollandse polderland. Veehouders zorgen ook nu nog steeds voor openheid in het Reeuwijkse land.

VERVENERS

In de Gouden Eeuw ging het Holland economisch voor de wind. De steden groeiden en de bedrijvigheid nam toe. Dat vroeg veel bouw- en brandstoffen. De houtvoorraad van Holland (=houtland) raakte op, maar een energiecrisis maakt vindingrijk. De uitgebreide veengebieden van Holland gingen turf leveren, wat een prima brandstof was. Pas vanaf 1675 gingen turfmakers ook in het Reeuwijkse land op grote schaal aan de slag. In de 18de eeuw bereikte de vervening rond Sluipwijk haar hoogtepunt. Honderden baggermannen, veenmeiden en andere seizoenarbeiders deden hier hun zware werk. De turfschippers vervoerden uiteindelijk vele miljoenen turven naar Gouda en andere Hollandse steden. Daar werden ze gebruikt als energiebron voor de bierbrouwerijen, blekerijen en pijpenfabrieken. Door al dat zwoegen zijn uiteindelijk 13 Reeuwijkse Plassen ontstaan.

RONDLEIDING DOOR HET MUSEUM

De Filmzaal

Turfwinning

Hoe de turfwinning destijds in zijn werk ging kunnen wij u laten zien aan de hand van een uniek diaklankbeeld waarin Willem Schouten de hoofdrol speelt. (12 minuten).

2  De Boerderij

Streekmuseum Reeuwijk is gevestigd in een voormalige boerderij. Het gebouw, dat dateert uit 1907, is nog vrijwel volledig intact.

Recht doorlopend ziet u onze receptie waar u zich aanmeldt als bezoeker en waar u informatie krijgt over het bezoek. Hier vindt u ook het verkooppunt van diverse boekjes, ansichtkaarten en Oudhollands snoepgoed als duimdrop, kaneelstokken, wijnballen en zoethout.Links van de receptie loopt u zo naar het prachtig nagebouwde ouderwetse dorpsschooltje.

 

 

 

Daarnaast vindt u onze lopende tentoonstelling. 
Als u daarna de corridor door loopt bereikt u onze eigenlijke boerderij.

De Stal

Tussen de palen waar de koeien ‘s winters stonden zien we het leven tijdens het ontstaan van de Reeuwijkse plassen en het maken van turf. De voergoten, de deel en links de drinkbakken zijn deels nog aanwezig. Achterin hebben we het nachtverblijf voor de knecht of de meid opnieuw aangebracht. De stal is expositieruimte, met als onderwerpen de turfwinning, het dagelijks leven op en rond de plassen, de brandweer, de veehouderij, het turfstekerhuisje en attributen voor de jacht en visserij.

  1. Klauw; 2. Spa; 3. Schop; 4. Rakker;
  2. Baggerbeugel; 6. Treekrukken; 7. Steekijzer;
  3. Stikgraaf; 9. Boezemschop; 10. Turfmand; 11.Treeborden; 12. Steekklompen; 13. Veenhark.

Boerenhoekje

Behalve de uitgebreide expositie over het Turfsteken is er ook een boerenhoekje met daarin de bedstede op ware grootte. Vroeger sliep men zittend want men was erg bijgelovig en er van overtuigd dat als men ‘volwassen’ was en je ging liggen om te slapen, dat je dan niet meer wakker werd. Ook gaan er verhalen rond dat dit was omdat de dames bang waren om hun kapsels te beschadigen.

Onder de Bedstee bevond zich vaak een soort lade die ‘s avonds naar voren werd getrokken en waar de kinderen in sliepen, soms met vier naast elkaar. De la bleef wel open staan. Hier komt de uitdrukking: “Het ondergeschoven kind” vandaan. Soms werden hier ook wel aardappelen en groente bewaard.

Aan het voeteneinde van de bedstee bevond zich de kribbe voor de allerkleinste.

Kievitenbaan

Met  het maken van turf moesten de mensen vroeger hard werken en lange dagen maken voor betrekkelijk weinig loon. Om wat bij te verdienen vingen sommige mensen Kieviten. Om kieviten te vangen is een smal onverveend stuk land of eiland in de plas nodig. Ook heb je als vanger een paar tamme kieviten en een vangnet van 12 tot 13 meter lang met een maaswijdte van 5 cm. Tijdens de trek werden er wel 300 kieviten in één keer gevangen. Het was een goede bijverdienste, want een kievit was een echte delicatesse en bracht wel 15 tot 20 cent per stuk op.

Nu worden er in de plas Ravensberg nog steeds op deze manier kieviten gevangen om ze te ringen,want de kievit is een beschermde vogel. De gegevens worden verzameld en zo weten we nu dat een kievit wel dertig jaar oud kan worden en vele malen in z’n leven naar Afrika heen en weer kan vliegen.

Scheepswerf

Bij zoveel water waren bootjes uiteraard onmisbaar. Voor het transport van mensen, dieren en hooi gebruikte men in de ondiepe poldersloten de schouw, een vrij smalle, lange boot met een kenmerkend rondgebogen, platte bodem. Hieruit ontwikkelde zich het „Sluipwijkertje”, korter dan de gebruikelijke schouw, omdat het niet alleen bedoeld was voor transport maar ook als vaartuig om te vissen of te jagen op de plassen. In veel gevallen zat onder de bank in het midden een visbun om de vangst vers te houden tot thuis. Buiten het museum liggen enkele houten exemplaren. Boven op de zolder vindt u de nagebouwde scheepstimmerwerf “De Waterlelie” en een klein deel van een scheepswerf voor houten bootjes op ware grootte.

Klompenmaker

Klompen werden hoofdzakelijk gemaakt van populierenhout en dat is er volop. Voor de luxe en duurdere klompen gebruikt de klompenmaker het betere en meer compacte wilgenhout. Vroeger werden klompen met de hand gemaakt. Eén klomp maken, dat valt nog wel mee, de tweede is altijd de moeilijkste, omdat deze het spiegelbeeld moet wezen van de eerste. Maar sinds 650 of 700 jaren wordt de traditionele klomp ongeveer in deze vorm al gemaakt en dat diende meteen als veiligheid, bescherming voor de voet. Het klompen maken werd van vader op zoon doorgegeven en van de leermeester naar de knecht. Vroeger waren er heel veel klompenmakers in Nederland, ieder dorp had er meerdere. De meesten hadden gewoon een bepaalde klomp die in hun streek gangbaar was. Ook hadden klompenmakers zelf onderling nog een bepaalde beschildering of een uitkerving. Vroeger werkte de klompenmaker plusminus twaalf uur per dag, hij kon dan vijf tot zes paar klompen aan het eind van de dag klaar hebben.

IJstoren

In het miniatuurhoekje staat ook de Reeuwijkse ijstoren van de vishandel van der Starre, ‘s Gravenbroekseweg 109 in Sluipwijk. Dit ronde torenvormige ijspakhuis met rieten dak was een dubbelwandig halfsteens gebouw met een spouw van 75 cm. Deze spouw was opgevuld met turfmolm, dat als isolatiemateriaal dienst deed. Inwendig was de toren 5 meter en uitwendige 6,5 meter in doorsnee. De inhoud van de (ijskelder) bedroeg 96 m3. De ijstoren werd in 1869 gebouwd en is tot 1968 in gebruik gebleven.

9  De kaaskelder

We hebben een kleine expositie over de bereiding van de befaamde volvette Goudse kaas, zoals die al eeuwenlang in het veenweidegebied rondom de pijpenstad door de boerin werd (en nog wordt) bereid.

Het allereerste bewijs dat de mensen al heel lang kaas maakten en aten komt uit Mesopotamië, het land tussen de Eufraat en de Tigris (ca 3500-2800 voor Christus). De naam betekent tussen de rivieren. Het grondgebied van Mesopotamië ligt grotendeels binnen de grenzen van het huidige Irak, maar omvat ook een deel van het huidige Syrië en Iran. Hoe groot de waardering van kaas toen was blijkt uit het feit dat het werd geofferd in de tempels en geschonken aan de koningen.

10 Het Boenhok

Het stoep- of boenhok, een houten uitbouw tot iets over de sloot, waarin het ooit heldere slootwater dienst deed als spoelwater. Het boenhok of ook wel stoephok was de ruimte van de boerin en haar boen- of stoepmeid. Hier werd de was gedaan, de melkbussen schoongemaakt maar ook de boter gekarnd. De karnton staat er ook nog met daarboven het mechanisme van de rosmolen zoals die vroeger werd gebruikt. Het gat van de overbrugging is intact gebleven. De karnton werd vroeger aangedreven door een paard (ros), toen de mechanisatie oprukte werd het paard vervangen door de elektromotor. Hiervan zien we de resten nog in dit boenhok.

11 De Woonkeuken

Deze ruimte is ingericht als boerenwoonkeuken. U ziet onder andere een schitterende kookhoek, een mooie vitrinekast met een 110 jaar oud servies ook een kachel met turfkit en een spiegelkast. Daarmee krijgt u een aardig beeld hoe de woonkeuken er in vroeger tijden uitzag.

12 De Pronkkamer

De Pronkkamer of mooie kamer werd vroeger alleen gebruikt als er ‘hoog’ bezoek kwam b.v. de notaris, pastoor of dominee.

13 De Voor-en de opkamer

De voor- of  de zitkamer ligt aan de voorzijde van de boerderij. Deze was vaak alleen ’s zondags in gebruik. De schoorsteenmantel van vroeger is er nog. Wij hebben er opnieuw een kolenkachel voor gezet, met de bijbehorende attributen zoals een kolenkit en een sinteltang.
Verder vindt u in deze kamer een aantal vitrines, waar we regelmatig kleine exposities houden.

14 De Zolder

Hier komt u via een redelijk steile trap.  De zolder is tweedelig, de voorzolder thans ingericht als expositieruimte. Deze, eens extra slaapruimte boven het woonhuis, heeft nog een originele rookkast waarin eigen slachtproducten als hammen, zijden spek en worsten hun conserverende behandeling ondergingen in de rook van de kachel beneden. Het roken gebeurde in de maand november, december en januari. Daarna werden de plavuizen tegels voor de rookkanalen geplaatst en diende de rookkast als voorraadkast.

Verder vindt u hier de „scheepswerf”, „rietdekkerij” en „kruidenierswinkel”.

De achterzolder is huisbibliotheek en documentatiecentrum.

15  Het Winkeltje

Vanuit de achterzolder zien we rechts het unieke winkeltje, alles uit “grootmoeders” tijd. Leuk zijn de weegschaal, koffiemolen en de 5 liter ‘au de Colognefles’ met verdeelknop uit ca. 1950. Tegenover het winkeltje is het rokers-hoekje, pijpenkoppen, sigarenbandjes enz.

16 Documentatiecentrum

In de leeskamer annex bibliotheek (achterzolder) hebben wij een grote collectie school-, verenigings-, portret- en familiefoto’s uit Reeuwijk-Dorp en -Brug, Sluipwijk, Tempel, Driebruggen en Waarder.

De foto’s zijn digitaal terug te zoeken in het fotoarchiveringsprogramma “FotoBase” op onze computer op het documentatiecentrum. Tevens zijn de foto’s te zien in ruim zestig albums.

Zoek digitaal naar uw voorouders of snuffel in onze genealogische gegevens. Wij bezitten een verzameling gegevens om in uw verleden te duiken. Deze verzameling omvat:

  • Een computerbestand waarin personen uit onze streek zijn samengebracht.
  • Brondocumenten, waarin gebeurtenissen uit het verleden m.b.t. personen zijn vastgelegd.
  • Naslagwerken, waaronder een groot aantal periodieke genealogische uitgaven.
  • Familieadvertenties en bidprentjes, zowel papier als digitaal.
  • Reeuwijkse bronnen. Dit zijn door eigen medewerkers getranscribeerde archiefstukken.

TOT SLOT

Hartelijk dank voor het bezoek aan ons mooie museum. We hopen dat u genoten heeft.

Donateurs

Door u aan te melden als donateur geeft u ons meer financiële zekerheid. 
Voor u is het voordeel dat u (met uw gezin) gedurende het gehele seizoen tijdens de opening gratis toegang heeft. Tevens ontvangt u 3x per jaar onze Nieuwsbrief, met wetenswaardigheden over ons museum en aankondigingen van activiteiten. Onze vrijwilligers aan de balie kunnen u hierover inlichten.

of mail ons: pr@streekmuseumreeuwijk.nl

Traplift

Er kunnen nu ook mindervaliden ons Museum bezoeken, aangezien er bij de trap naar de zolder een traplift is.

 terug naar : www.streekmuseumreeuwijk.nl/museum

©