Moord in Reeuwijk

13 sep

H.P.A. van Gessel

Jan Hey en Jacob Hey, alias de grasboeren contra Ary van Leeuwen.

Jan Hey, in de wandeling genaamd de grasboer, was in 1783 ongeveer 30 jaar oud. Hij woonde in Sluipwijk en werkte als veenarbeider in hetzelfde dorp. Hij voer een grasschouw en was voorheen koddebeier en oppasser van de jacht. In 1782 heeft hij, samen met zijn broer, moeilijkheden veroorzaakt of, zoals het genoemd staat “baldadigheden en querellen”.

Jan maakte deze moeilijkheden tijdens de Sluipwijkse en Reeuwijkse kermis op woensdag 9-10-1782 ten huize van zijn moeders herberg in Reeuwijk. Zijn moeder, de weduwe Hey bestierde de herberg met gedeeltelijke hulp van haar zonen. Deze herberg lag aan de Reeuwijkse (zuidelijke) kant van de ’s-Gravenbroekseweg ongeveer tegenover de Sluipwijkse kerk.

Jan smeet samen met zijn broer Jacob, die met de Sluipwijker Ary van Leeuwen aan het bekvechten was, Ary de herberg uit. Het bleef heel de avond tot diep in de nacht, onrustig in de herberg. Ary van Leeuwen werd, nadat hij weer binnen was geraakt, opnieuw de straat opgesmeten door de gebroeders Hey. Ook de zuster van Ary van Leeuwen en diens huishoudster werden bij die gelegenheid de deur uitgewerkt. Met de knecht van Van Leeuwen kreeg Jacob het behoorlijk aan de stok, en hij vermoedde dat deze terug zou komen. Daarom vroeg hij aan zijn moeder een mes om daarmee, als het nodig was, “gemelijk” een haal mee uit te delen. Jacobs moeder weigerde het mes, maar dat baatte niet, want Jan was zo kwaadwillig dat hij zijn eigen mes aan Jacob gaf.

Jacob Hey, in de wandeling de grasboer geheten, was in 1783 ongeveer 37 jaar oud. Jacob was in Sluipwijk geboren en woonde aldaar. Zijn beroep was veenman. Volgens de aanklacht is hij op 9 oktober “gekomen tot het neervellen van een evennaaste”.  Hij had gevochten met Ary van Leeuwen en diens huishoudster, Barbara Mooy, uitgescholden voor “kakhuijshoer”. Hij was met omstanders slaags geraakt in de herberg van zijn moeder. Tussen Jacob en Ary van Leeuwen ontstond een handgemeen, Jacob wist Ary buiten de herberg te krijgen. Tijdens dat gevecht kwam de knecht van Ary, Jan den Blanken, tussenbeide.

Ary van Leeuwen en de huishoudster waren nog maar net buiten, of ze kwamen de herberg weer in. Opnieuw werd het stel de zaak uitgeschopt. Ditmaal wist Ary van Leeuwen Jacob flink te raken. Hij liep een paar rake klappen op. Jacob werd des duivels en zon op wraak op de eerste de beste gelegenheid die hij daarvoor kreeg. Bij terugkomst vanJacob kreeg hij het weer aan de stok met de knecht van Van leeuwen. De knecht stond Jacob uit te dagen. Jacob ging op de uitdaging in en nodigde de knecht uit buiten op hem te wachten. De  knecht liet zich dat geen twee keer zeggen want ook hij was buiten zinnen geraakt van kwaadheid.
De knecht ging naar buiten en wachtte Jacob op. Jacob vroeg aan zijn moeder een mes om hier en daar te kunnen prikken. Moeder Hey weigerde het mes, omdat ze grote moeilijk-heden voorzag. Maar broer Jan stak het in zijn zak, trok zijn wambuis uit en ging naar buiten tot op de weg.

Het gevecht.
De knecht was intussen in geen velden of wegen te bekennen. Na enig gezoek trof hij Ary van Leeuwen; deze begon gelijk tegen Jacob uit te varen. “Jouw blixem, Jij wilt Den Blanken hebben, ik zal jouw wel helpen.” Ary trok een mes en maakte snijbewegingen en trof Jacob daarbij in zijn hoed, hemdrok en broek.
Ook Jacob haalde het mes uit zijn broekzak en zei; ”Jou donder steekt gij, dan zal ik u ook steken”. Jacob trof Ary in de buikstreek. Ary had gelijk zijn bekomst want hij was behoorlijk geraakt. Hij vluchtte. Jacob, die niet wist dat hij Ary vol in de buik had geraakt, stoof achter hem aan en gaf hem in de vlucht nog een paar steken na. Jacob ging de herberg weer in en gaf het mes aan Jan retour.

Ary van Leeuwen overleden.
Ary van Leeuwen overleed aan de gevolgen van de steekpartij op 11 oktober 1782. Sectie op het lichaam wees het volgende uit:  “Door de quetsuren met een mes bekomen is Ary overleden en wel bijzonder door den buijksteek die zes vingers breed is. Deze wond neemt sijn aanvang van de navel dor de buikspieren en den penssak, schuijns opgaande naar de sijde. Tot in de holligheid van den buijk makende een opening ter lengte van een duijm in de darmscheil. En aan de holle oppervlakten van de milt een breede vlakke wonde sodanig dat een gedeelte van hare zelfstandigheid als afgeschaafd was en eindelijk quetsende de korte vaaten of vasa breva. Welke wonde volstrekt doodelijk en absoluut lethaal geoordeeld is”.
Jacob was gevlucht, nadat hem duidelijk was geworden dat Ary in levensgevaar verkeerde. De justitie wist hem echter te achterhalen en op het grondgebied van Utrecht werd Jacob gearresteerd.

Jan Hey die een beetje benauwd geworden was door de ontwikkelingen rond de herberg, zag de bui al hangen. Hij nam de benen en hield zich in de buurt van Sluipwijk op en wachtte verdere berichtgevingen met een angstig voorgevoel af. Zoals wel meer gebeurde in die tijd, bleef de dader een tijd uit de buurt om de reactie van justitie af te wachten. Bleek de reactie van de instanties lauw, dan kroop men weer tevoorschijn om de naar verwachting milde straf te ondergaan. Het gevaar van deze houding was, dat wanneer de justitie de zaak wel ernstig nam, het voor de dader moeilijk was, om op korte termijn ver weg te komen. In deze zaak reageerden de instanties duidelijk streng en Jan werd dan ook snel opgepakt.
Jacob  schatte zijn kansen lager in en was al wat verder uit de buurt, maar toch nog dicht genoeg om te kunnen vernemen hoe alles zich ontwikkelde. Hij wist dat hij zich kon beroepen op zelfverdediging of noodweer, maar deze argumenten golden indertijd alleen als geen doden te betreuren waren.

Veroordeling Jan Hey.
Jan werd opgepakt en voor zijn aandeel in de zaak veroordeeld. Zijn zaak diende voor Baljuw en Hoge Vierschaar van Rijnland in Leiden. De veroordeling luidde:
“Ban de gedetineerde Jan Hey voor den tijd van zes achtereenvolgende jaren uit de provintie Holland, Zeeland, West Friesland en Utrecht”.
Op 8 maart 1783 ging de bantijd voor Jan Hey in en liep tot maart 1789. Op 20 februari 1788 laat Jan in Overschie een zoon dopen. Geconcludeerd mag worden dat Jan het niet zo nauw heeft genomen met zijn verbanning. Een gevaarlijke houding overigens want op overtreding van het bannisement stond brandmerking.

Veroordeling Jacob Hey.
Ook Jacob werd voorgeleid voor Baljuw en Hoge Vierschaar van Rijnland te Leiden maar hem stond iets heel anders te wachten, want men was van oordeel dat zijn gedrag wraak-gierige tendensen vertoonde en dat vroeg om een streng optreden vind de justitie.
“En alsook is volstrekte manslag aan de persoon Ary van Leeuwen, dikwijls gemeld vegtender hand, schoon verdedigende wijze, zo hij voorgeeft gedaan. Dat de gevangene sal worden gebracht op ’t publiekelijk schavot voor ’t Grevensteijn alhier, (- te Leiden vG) en aldaar door den scherprechter met de swaarde sal worden gestraft tot de dood er op volgt. En wijders dat de gevangene sal worden gecondemneert in de kosten en missen van Justitie”.
De eis was duidelijk. Jacob werd voor zijn daden ter dood veroordeeld. Ook werd van hem verwacht dat hij de kosten van de procesgang betaalde. In die tijd kwam een veroordeling, uit te voeren door de scherprechter of de beul, al gauw neer op een bedrag van 50 gulden. Arbeiders verdienden dit bedrag in een jaar tijd. De uiteindelijke veroordeling zag er als volgt uit:
“Gezien en op alles gelet waarop gelet dient te worden, wat in deesen enigszins tot considerantie heeft kunnen dienen oordeelt het Hof.
De gevangene sal worden gebracht op ’t publieke schavot alhier en sal door den scherp-rechter het hooft worden afgeslagen tot de dood er op volgt. Het doode lichaam sal ter afschrikking en ter exempel worden tentoongesteld voor 2 uren. Het lijk sal in een kist naar het galgeveld worden gebracht en onder de aarde  worden gedolven. Zaterdag 5-6-1783”.

  • Jacob werd veroordeeld tot de dood met het zwaard, Een eervolle manier om het leven te beëindigen, want meestal werden moordenaars eenvoudigsweg geworgd of opgehangen. Wat de rechtbank besloot deze straf op te leggen is mij een raadsel. Wellicht omdat Jacob beroep heeft gedaan op zelfverdediging. Het mag dan een troost zijn voor de nazaten van Jacob dat hij eervol gestraft is, maar hij is er niet minder dood door. Ook het korte tentoonstellen van het lichaam is een aanwijzing dat Jacob zelfverdediging heeft aangevoerd. Een verzachtende omstandigheid. Normaal gesproken liet men het lijk hangen tot het vergaan was. In die tijd sprak men van “het spijsigen van de vogelen des velds”. Men strafte als het ware over de dood heen.
  • In de verzameling van de Oudheidkamer te Reeuwijk zien we dat de gebroeders Hey vanaf 1782 geen kinderen meer laten dopen. Zonder het bovenstaand verhaal is dat een opmerkelijk feit. De verklaring voor dat feit is hiermee duidelijk aangetoond. In een genealogie van de familie Hey is Jan gemerkt met de combinatie IVc. Jacob is gemerkt met de combinatie IVd.
    Of er nog nazaten van Jan en Jacob in de gemeente wonen is mij niet bekend.

Met toestemming van de Stichting Oudheidkamer Reeuwijk overgenomen uit Reeuwijkse Reeks nr 4, welke is verschenen in augustus 1992.