Oudedag Voorziening

Een oudedag-voorziening in 1722                           Reeuwijkse Reeks nr. 1, aug 1989

Streekmuseum Reeuwijk - Oudedag Voorziening 1 Ook in die tijd bereikten velen een leeftijd, waarop men niet meer in staat was in eigen onderhoud te voorzien. Pensioen en AOW waren nog onbekende begrippen, men diende zo mogelijk zelf maatregelen te nemen voor de oude dag.

Een voorbeeld hoe men dat toen aanpakte vinden we in de hier volgende overeenkomst tussen Willem Thijsz Gravesteijn en Jacob Pieters Gravesteijn. Het geslacht Gravesteijn heeft enkele eeuwen in Reeuwijk en Sluipwijk gewoond. Reeds in 1622 worden als inwoners in Sluipwijk genoemd: Gerrit Roelen (Gerrit zoon van Roel) en Anneke Meesen met hun kinderen. In latere akten blijkt deze Gerrit Roelen de achternaam Gravesteijn te dragen. Ook nu nog komt de naam in Reeuwijk en Sluipwijk voor.

Jacob Pietsersz was een zoon van Pieter Willemsz Gravesteijn (kleinzoon van bovengenoemde Gerrit Roelen) en Adriaantje  Aerts van der Neut, de ouders van Willem Thijsz zijn niet bekend.

Willem Thijsz had op 5 februari 1705 een “huijs ende erve staande en leggende op Gravekoop onder Sluipwijk” gekocht van de Schout Philippus Marsbagh. De prijs bedroeg 12 gulden contant plus nog 12 gulden te betalen in vijf achtereenvolgende jaarlijkse termijnen. Dit bezit stelde hem in staat de volgende overeenkomst te sluiten:
“In manieren en Conditien hierna volgende zijn Willem Thijsz Gravesteijn ende Jacob Pietersz Gravesteijn met den anderen in ‘t bijzijn en door tusschenspreecken van Dirk Gijsbertus Heij en Jan Poot diacenen en opsieners van de Armen van Sluypwijk geconvenieert en overeengekomen, dat  Willem Thijsz Gravesteijn in vollen eijgendom sal overgeven en transporteren aan  Jacob Pietersz Gravesteijn een huijs ende erven staande en gelegen op Langgravekoop onder de jurisdicitie van Sluypwijk, belent ten Oosten de Kerfweteringe, ten Westen en Zuijden de Erfgenaemen van Jan Wouters Hoflant en ten Noorden Philip Thijssen Verwoerd. Ende dat vrij sonder eenige belastinge, anders als gemeenlants lasten, zulx daarvan tot hiertoe betaelt zijn geweest, waarvan Jacob  Pietersz Gravesteijn de verlopene tot sijne laste sal moeten neemen en deselve betalen ender voorts met soodaighe bantwerken, op en overpaden van andere doende ende lijdende serviuten en gerechtigheden als het voorsz huijs en erve is hebbende van outs subject, ende tot nu beseten is geweest.”

En nu de ingebouwde oudedag-voorziening: de akte gaat verder met:

“dat den voorn. Willem Thijsz Gravesteijn sijn leven lang geduijrende sal hebben ende behouden het vrije gebruijk ende bewooninge van de kamer aan de oostzijde vant voorz huis met de bedstede in deselve kamer, ende wijders met den voorn. Jacob  Pietersz Gravesteijn of den bewooner van voorsz huijs over eenen haart gaan ende alsdaer genieten vrij vier (=vuur) en ligt, en ook door denselven om niet sal moeten werden bewast ende beplast en ook den baart geschoren, alletwelken denselven Jacob  Pietersz Gravesteijn voor hem, sijne erven, successeurs aanneemt en belooft bij desen sonder dat de voorn.  Willem Thijsz Gravesteijn ter voorsz saecken ijets verschuldigt sal sijn, od uijt dien hoofde ijetwat van hem gepretendeert sal mogen werden. Dat de gemelde Jacob  Pietersz Gravesteijn bij ‘t doen van ‘t voorsz transport ten behoeve van den Armen van Sluijpwijk sal uijtkeren een somme van acht gulden. En daerenboven moeten betalen de onkosten ter saecke van ‘t schrijven deser Conventie, het doen van ‘t transport en ‘t geen daartoe behoort, niets daervan uijtgesondert.

‘t oirconde deze onderteijkent op den 26e Meij 1722”

 

‘t merck gestelt                                                                                   Jacobus Graveestijn
bij Willem                                                                                            Mij present

Thijsz Gravesteijn                                                                              H. van Eijck Secrets.

 

Tot zover deze akte.

Jacob Pietersz Gravestein werd op 10 mei 1731 te Sluipwijk als overleden aangegeven. Of Willem Thijsz toen nog in leven was, is mij niet bekend. Zo ja, dan heeft Jacobs weduwe, Grietje Bekman, naast de opvoeding van haar zeven kinderen ook nog de zorg voor een oude man gehad.

M.P. Dorissen-van Vlaardingen
Noten:
Jurisdictie – rechtspraak
Banwerken – werk dat op publiek gezag wordt verricht
servituten – dienstbaarheden

Streekmuseum Reeuwijk - Oudedag Voorziening 2